Contact en Corona

Lekker gezellig dicht bij elkaar zitten, omhelzingen, even de arm om die schouder, het schouderklopje, handen schudden ter kennis making. Het kan even niet meer. Tijdelijk hopen we, maar wat doet het ondertussen met ons mensen wanneer die gewone gebaren niet meer kunnen voor onze eigen veiligheid?
Die hele gewone gebaren vertellen ons, zonder woorden,  dat de ander dichtbij is. Dat die er even voor je is, je troost of ondersteund. Zonder woorden laat je elkaar in een omhelzing voelen hoe goed het is dat je er bent. Die hand ter kennismaking zegt: “Hallo, ik zie jou en jij ziet mij, wij gaan het contact met elkaar aan.”
Het meest vanzelfsprekende in ons contact, die kleine aanrakingen, zijn verboden terrein geworden, een gebied waar mensen steeds rekening mee moeten houden.
Degene die zich alleen voelt en voorheen dacht: “Ik ga even op de koffie bij m’n ouders, tante, buur,” of noem maar op, die moet nu twee keer nadenken of dat wel gepast is. Wanneer je niets meer te zeggen hebt, alleen: “tsja, het is wat,” kun je niet laten voelen in hoeverre je meevoelt door even die hand om de schouder te slaan of iets dergelijks. Kortom: er is iets tussen gekomen.
Het vanzelfsprekende spreekt niet meer voor zichzelf.
En we zijn onthand.

Althans ik wel, merk ik. Nu ik geen hand kan geven ter kennis making mis ik echt iets, en het is niet zomaar goed op te vangen met een elleboogtikkie. Dat is altijd een beetje grappig, misschien geinig om later te combineren met de geschudde hand, want het dynamische vind ik er wel leuk aan! De elleboogtik nodigt je uit om meer in beweging te zijn bij die ander die je voor het eerst ziet en dat is best mooi.
Wat ik mis vind ik moeilijk in woorden te vangen, maar het is, geloof ik, dat moment dat je heel even stilstaat bij jij en ik, ik en jij. Wij die het contact aangaan. Een stilzwijgende afspraak, waarin meer gezegd wordt dan je op het eerste gezicht ziet. Wanneer we ons daar toevallig allebei bewust van zijn merk ik dat we elkaar wat langer aankijken dan voorheen, soms met een gebaar erbij, maar altijd volgt daarna een ongemakkelijk moment. Een lach of een woord van excuus of iets dergelijks, kijk maar eens of je dat ook ervaart.  Ik moet nu aan mijn hond denken, die zich in spannende, ongemakkelijke  situaties bijvoorbeeld even uitschud, of gaapt.
Misschien is het zo dat die hand die je voelt van de ander, je precies vertelt wat je moet weten. Essentiele informatie die je alleen voelend kan ontvangen en nodig hebt om het contact met de ander ontspannen voort te zetten. Wanneer je voelend vermogen ongebruikt blijft in het eerste kennismakende contact, ontbreekt er iets. Iemand een hand kunnen geven is mij dierbaarder dan ik dacht.  Het duurt nog wel even voordat we zo geëvolueerd zijn dat ons voelend vermogen lichamelijk contact helemaal niet nodig heeft. Houd moed!

Plaats een reactie